Utrecht

Kasteel Wickenburgh in Houten

Kasteel Wickenburgh in Houten.

Wickenburgh, voorheen Westenstein, is een voormalig kasteel, nu buitenplaats bij ‘t Goy, gemeente Houten.

Er bestaan aanwijzingen dat Wickenburgh de opvolger is van een hofstede uit de karolingische tijd, de Westrummerhofstede. Het huis werd gebouwd aan de rand van de Westrummerweijde, dat in de vroege middeleeuwen onderdeel uitmaakte van het gebied Westrum, een nederzetting waaromheen akkers en weidegebieden lagen. Een kaart uit 1641 laat voor het huis een ronde vijver zien met daarin een rond eiland. Op dit eiland zou op een verhoging een in hout opgetrokken hoogmiddeleeuws mottekasteeltje kunnen hebben gestaan.

De eerste vermelding van Westenstein in historische bronnen dateert uit 1300. Het was vermoedelijk een uit steen opgetrokken huis waaromheen een gracht lag. 14e-eeuwse muurresten die onder het huidige gebouw gevonden zijn hadden een te geringe dikte (circa 60 cm) voor een woontoren. Bij een recente verbouwing van het huidige pand werd een kelder ontdekt die gezien het steenformaat nog een restant kan zijn van het huis Westenstein.

Het huis Westenstein is vermoedelijk al in het midden van de 14e eeuw verwoest, waarna met gebruikmaking van delen van dit oude huis een nieuw huis werd gebouwd, waarschijnlijk een grote dwarshuisboerderij. Van het huis Westenstein resten nog delen van de funderingen en mogelijk nog enkele stukken van het opgaande muurwerk onder en in het huidige pand. De grachten zijn in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw gedempt, het laatste stuk omstreeks 1810.

De naam Wickenburgh komt voor het eerst voor omstreeks 1381. Een contract uit 1662 wijst uit dat een deel van de boerderij als zomerverblijf voor de eigenaar in gebruik was, de rest van het gebouw werd verpacht.

In 1741 kwamen na huwelijk met Margaretha van Suchtelen de heerlijkheden Stoetwegen en Wickenburgh in de familie Wttewaall en bleef dat tot in de 20e eeuw. Volgens een tekening uit 1794 was het gedeelte dat dienstdeed als zomerverblijf rond 1780 met een verdieping verhoogd en verbouwd tot herenhuis met classicistische trekken. Tot 1814 behield Wickenburgh zijn tweeledige functie van buiten en boerderij. Daarna werd het achterhuis gesloopt en tussen 1860 en 1870 werd het voormalige boerderijgedeelte tot dezelfde hoogte opgetrokken als het herenhuis.

Bij Wickenburgh staat een van de oudste duiventillen van de regio. Het torenvormig gebouwtje is 12 meter hoog en heeft een doorsnede van 5 meter. Er zijn aan de binnenzijde met steen 317 nesthokjes gemaakt. De vliegopeningen van de duiventil waren dermate groot, dat postduiven er niet in konden, maar de iets kleinere veldvluchters wel.

In 1951 ging een deel van het huis in vlammen op. De vuurhaard ontstond in een kamer op de eerste verdieping, boven de achttiende eeuwse keuken. Vervolgens sloeg het over naar de zolderverdieping en bereikte het een rieten dak dat onder een pannendak aanwezig was. Met de krachtige wind stond binnen de kortste keren de hele zolderverdieping in brand. Het zwaar getroffen deel van huize Wickenburgh aan de noordwestelijke kant is niet meer opgebouwd en verder afgebroken.

Door onenigheid in de familie zijn de kozijnen en boeiboorden van het rijksmonument in verschillende kleuren geverfd.

Tegenwoordig is Landgoed Wickenburgh in gebruik als horeca- en trouwlocatie.

Adres: Wickenburghseweg 17,3997 MT Het Goy

Kasteel Wickenburgh in Houten2018-07-09T08:33:32+02:00

Kasteel Weerdesteyn in Langbroek

Kasteel Weerdesteyn in Langbroek.

Weerdesteyn is een kasteel en ridderhofstad bij Langbroek, gemeente Wijk bij Duurstede in de Nederlandse provincie Utrecht.

Van de vroege bouwgeschiedenis van Weerdesteyn is weinig bekend. Het formaat van de bakstenen en het metselwerk duiden op een datering rond 1300.

In 1538 werd het huis erkend als ridderhofstad. Het had toen een gracht, ophaalbrug en poortgebouw.

De kadastrale kaart uit 1820 laat zien dat het kasteel afzonderlijk omgracht was. Op de voorburcht, die ook weer omgracht is, stond een boerderij met bijgebouwen. Het geheel van toren en voorburcht was ook weer omgracht, waardoor het hele complex omgeven is door twee, deels zelfs door drie grachten.

In 1870-71 werd de woontoren gerestaureerd. Er werd een herinneringssteen aangebracht, volgens welke de woontoren in de 16e eeuw een keer is vernietigd.

Een paar jaar later werd een verbouwing in neo-gotische stijl doorgevoerd. De voet van de toren werd omgeven door een ombouw met een halletje en twee gastvertrekken.

In 1875 werd een muur rond het eiland aangebracht, de boerderij op de voorburcht afgebroken en buiten de omgrachting werd een nieuwe boerderij gebouwd.[1]

Het kasteel is eigendom van de tweelingsbroers Joan en Roelof de Wijkerslooth de Weerdesteyn.

Adres: Weerdesteynselaan 1. 3947 ND Langbroek

Kasteel Weerdesteyn in Langbroek2018-07-09T08:47:18+02:00

Kasteel Walenburg in Langbroek

Kasteel Walenburg in Langbroek.

Walenburg is een uit de 13e eeuw stammende ridderhofstad aan de Langbroekerwetering in Neerlangbroek. Het kasteeltje ligt op een vierkant eilandje, met daarachter een tweede eilandje waarop de tuin zich bevindt.

Het gebouw, vroeger ook Walensteyn genoemd, werd al in de 13de eeuw genoemd. Eind 13de of begin 14de eeuw werden er twee verdiepingen opgebouwd waarna de huidige hoogte van bijna 15 meter werd bereikt.

De donjon is waarschijnlijk uit de 14de eeuw, en stond jarenlang alleen. De toren bestond oorspronkelijk uit slechts één ruimte waarboven zich een gevechtsplatform bevond. De gevel was toen 6,5 meter hoog. De muren zijn 120cm dik. Het gebouw steunt op gewelven en hoekpijlers. Rond 1550 werd er een woonvleugel aangebouwd.

Eind 14e eeuw kwam de toren in het bezit van de familie De Ridder van Groenenstein, die eigenaar was van meerdere hofstedes. Tot 1574 was Nicolaas de Ridder eigenaar van het kasteeltje. Toen hij te veel schulden had moest hij het verkopen aan mr Johan van Lendt te Utrecht. Deze verkocht het vier jaar later aan Johan van der Meer, die de Walenburg in 1582 verkocht aan Jan van Hattum van Rhijnestein. Nog diezelfde dag werd de Walenburg doorverkocht aan Johan Botter van Snellenburch.

In 1648 werd het kasteel verkocht aan Diederik van Doeyenburch à Cuylenburch, die het kasteel tot 1661 in zijn bezit hield. De volgende eigenaar was George Johan baron van Weede. De Walenburg bleef in die familie tot het in 1733 verkocht werd aan Jan Robbert Mollerus. In 1761 werd de Walenburg verkocht aan Johannes Mathys Swemmelaar en zijn echtgenote Anna Maria van Plasburg. Na haar overlijden wordt haar zoon in 1792 beleend met het goed.

In 1803 kwam het kasteeltje in het bezit van de familie van Lynden van Sandenburg. Gijsbert Karel Cornelis Jan baron van Lynden van Sandenburg liet de bijgebouwen slopen en tegen de toren werd een boerderij gebouwd.

Het ernstig vervallen geheel werd in 1965 – 1967 gerestaureerd door architect Elias Anthony Canneman, toen hoofdarchitect van Monumentenzorg. Hierbij werd het poortgebouw gereconstrueerd.

Met zijn echtgenote, de tuinarchitecte Maria Elisabeth Canneman-Philipse legde hij op het rechthoekig omgrachte terrein een geometrische tuin aan. De verschillende kamers vormen een verlengstuk van het kasteel. De tuin werd lange tijd door de Nederlandse Tuinenstichting beheerd.

Na zijn pensionering, en nog net ten tijde van de foto, woonden Canneman en zijn echtgenote op het kasteel. Daarna werd de Walenburg betrokken door een lid van de familie van Lynden van Sandenburg. In 2000 werd het in erfpacht uitgegeven.

Adres: 3947 BH Langbroek

Kasteel Walenburg in Langbroek2018-07-09T08:48:22+02:00

Ridderhofstad Vuijlcop in Schalkwijk

Ridderhofstad Vuijlcop in Schalkwijk.

Vuijlcop (Vuilkoop) is een ridderhofstad in de provincie Utrecht in de vroegere gemeente Schalkwijk, nu Houten.

Opvallend is dat de ridderhofstad, ondanks zijn naam, niet in de polder Vuijlcop is gelegen, maar aan de zuidzijde van de Schalkwijkse wetering in het Waalse veld.

Bouwhistorisch onderzoek heeft aannemelijk gemaakt dat het huis rond 1300 is gebouwd. In oorsprong was het een bakstenen woontoren van rond 7 x 10 meter met een kelder, twee verdiepingen en een zolder, gedekt door een schilddak en omgeven door een gracht.

Op de oudst bekende kaart van het kasteel, in 1640 gemaakt door de landmeter J. van Diepenem in opdracht van het Utrechtse kapittel van St. Pieter van hun eigendom in Schonauwen en het Waalse Veld staat het huis nog ingetekend als een rechthoekige stenen toren. Wel staat ernaast nog een gebouw, dat we kunnen zien als een boerenhuis. Op een prent uit 1698 heeft de toren een derde verdieping gekregen en staat er een traptorentje tegenaan. Bovendien staat er nu een vijf traveëen breed huis naast, bestaande uit twee verdiepingen waarvan de beganegrond vensterloos, en een hoge zolder met dakkapellen. Tussen toren en huis staat een poortgebouwtje met ophaalbrug. Latere prenten uit 1731 en 1749 geven hetzelfde beeld.

Archiefonderzoek heeft het waarschijnlijk gemaakt dat de uitbreiding van de ridderhofstad is gerealiseerd tussen 1682 en 1724 toen Gerard van Rossum eigenaar was. Hij was het ook die aan het begin van de 18de eeuw een oprijlaan liet aanleggen naar het zandpad tussen Utrecht en Culemborg, met een brug over de wetering.

De ridderhofstad heeft van de 18de tot aan het begin van de 19de eeuw het karakter van een buitenplaats gehad. In de loop van de 19de eeuw is de uitbreiding, die er een buitenplaats van maakte, weer gesloopt zodat het huis nu weer in de oorspronkelijke staat (en gerestaureerd) aan de Schalkwijkse wetering staat.

In 1538, toen Huijbert van Buuren tot Reijgersfort eigenaar was, kreeg het huis de status van ridderhofstad. Het huis was tot aan het einde van de 18de eeuw een leen van het Huis van Vianen en Ameide. De eerste schriftelijke vermelding in het leenregister is die waarbij in 1392 Willem van Vuijlcop met het huis beleend wordt.

Aan de ridderhofstad is nooit het recht van ambachtsheerlijkheid verbonden geweest. De Heer van Vuijlcop kon dus geen rechtsmacht uitoefenen over het rechtsgebied. Het ontginningsgebied het Waalse Veld heeft van den beginne af, dat wil zeggen na de ontginning die aan het begin van de 12de eeuw ter hand werd genomen, onder de rechtsmacht van de Heren van Schalkwijk gelegen, en was dus een deel van het gerecht en later van de gemeente Schalkwijk.

Adres: Neereind 29, 3998 WJ Schalkwijk

Ridderhofstad Vuijlcop in Schalkwijk2018-07-09T08:49:34+02:00

Kasteel Rijnhuizen in Nieuwegein

Kasteel Rijnhuizen in Nieuwegein.

Waarschijnlijk stond er in de 14e eeuw al een kasteel langs de Vaartsche Rijn. In 1459 werd Johan van Rijn beleend met:”enen huysinge gelegen tot Jutphaes met achte hont lants dair dat voirs huysz op staet aen die oestersyde van de Ryn. In Johansz voirsz gerichte dair maest gelant syn Gysbertsz erfgenamen van muden aen die zyde van der huysinge voirs ende aen die ander zyde henr. witten erfgen.”

— Gaasbeeks leenboek

Met ‘Johansz voirsz. gerichte’ werd de ambachtsheerlijkheid van het Overeind van Jutphaas bedoeld, die Johan als leen van Loenersloot bezat.

Johan van Rijn maakte in 1436 deel uit van de ridderschap van Utrecht en werd in 1456 benoemd tot schout van Utrecht. Zijn oudste zoon Adriaan, burgemeester van Utrecht, werd na de dood van zijn vader in 1468 beleend met Rijnhuizen. In 1497 ging het kasteel naar Adriaans zoon Dirk. In 1530 en 1540 werd deze verschreven in de ridderschap van Utrecht.[1]

In 1536 wordt Rijnhuizen genoemd in de lijst van ridderhofsteden, opgesteld door de Staten van Utrecht. Het huis werd in 1528 verwoest, maar later weer opgebouwd.

In 1607 stierf de laatste erfgename van de familie van Rijn, Johanna, weduwe van de Gelderse edelman Wolter van Baexen. Zij liet het landgoed na aan haar nicht Wilhelmina van Riebeeck. In 1609 huwde zij met Tyman van Parijs van Zuidoord, eigenaar van de ridderhofstad Voorn bij De Meern. Om financiële redenen moesten zij Rijnhuizen in 1620 verkopen aan Hendrik van Tuyll van Serooskerken, burgemeester van de Tholen. Diens kleinzoon Reynoud van Tuyll van Serooskerken liet rond 1640 het huidige huis in Hollands classicistische stijl bouwen.

Bijzonder aan het kasteel is de dubbele toegangsbrug. De bovenbrug was alleen voor bezoekers van de eigenaar en de eigenaar zelf. Via de bovenbrug kwam men meteen in de hal; de onderbrug was voor het personeel en het gewone volk. De onderbrug leidt naar de kelders van het kasteel. Hier bevinden zich de keukens, provisiekamers en de ruimten voor het personeel.

In 1959 kocht de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) het landgoed Rijnhuizen in het toenmalige Jutphaas, nu Nieuwegein, en vestigde er haar nieuwe onderzoeksinstituut voor plasmafysica.

Het merendeel van de medewerkers werkte in het instituutsgebouw op 100 meter van het kasteel. Het onderzoeksinstituut voor plasmafysica veranderde in 2012 van naam naar DIFFER, het Dutch Institute for Fundamental Energy Research, en verhuisde in 2015 naar een nieuw onderzoeksgebouw op de campus van de Technische Universiteit Eindhoven. Het landgoed Rijnhuizen is nu in particulier bezit.

Adres: Rond het Fort 22 3439 MK Nieuwegien

Kasteel Rijnhuizen in Nieuwegein2018-11-29T08:43:25+01:00

Kasteel Rhijnestein in Cothen

Kasteel Rhijnestein in Cothen.

Rhijnestein is een voormalige ridderhofstad in Cothen in de gemeente Wijk bij Duurstede en wordt zowel een ‘huis’ als een kasteel genoemd. Oorspronkelijk is sprake van een woontoren die staat aan de rechteroever van de Kromme Rijn op een rechthoekig omgracht terrein.

In 1248 wordt Rhijnestein voor het eerst vermeld in een oorkonde.
De meest spraakmakende bewoner uit de geschiedenis van het huis betrok het kasteel in 1368: Jan van Rhijnestein, ridder en bastaardzoon van de bisschop van Utrecht. Hij trok ten strijde tegen Karel VI van Frankrijk en gijzelde in 1387 twee Franse goudsmeden die hij uit Henegouwen meenam, in Cothen gevangen hield en waarvoor hij losgeld incasseerde.

In 1395 trok hij op tegen bisschop Frederik van Blankenheim. Een jaar later was hij ook in een oorlog verwikkeld met Hendrik II van Vianen, burggraaf van Utrecht. En Jan van Rhijnestein plunderde met zijn manschappen ‘t Goy in 1396. Als reactie op deze gebeurtenissen belegerde Hendrik van Vianen in opdracht van Frederik van Blankenheim het kasteel in 1396 drie dagen lang. Rhijnestein werd zwaar beschadigd, naar verluidt op de woontoren en de voorburcht na. Daarbij werd 300 man gevangengenomen.

Het huis gaat in 1515 over in vrouwelijke lijn op Johanna van Nyewael. Haar leen wordt in 1529 door Karel V bevestigd. Toen echter in 1536 de lijst met ridderhofsteden werd opgesteld, was er al enige tijd geen heer van Rhijnestein meer vertegenwoordigd in de Ridderschap van Utrecht. Dit is vermoedelijk de reden waarom Rhijnestein sinds de vaststelling van deze lijst niet meer kwalificeerde voor een zetel in de ridderschap.

De vermelding van de naam Rhijnestein in 1248 maakt aannemelijk dat zich in dat jaar al een stenen gebouw aan de Kromme Rijn bevond. Rhijnestein kent een verleden waarin delen van het complex verscheidene malen werden neergehaald, weer opgetrokken en verbouwd. De westelijke, oude woontoren is nog grotendeels origineel en stamt volgens de historische bronnen in elk geval van voor 1361. De gebruikte type kloostermop doet echter vermoeden dat de bouw plaatsvond in het derde kwart van de 13e eeuw. De kelder met tongewelf onder in de toren is uit dezelfde vroege periode. Van het poortgebouw mag worden aangenomen dat dit in dezelfde tijd als de toren is gebouwd.

In de tweede helft van de 19e eeuw vond een symmetrische uitbouw plaats met een middendeel en een tweede, neogotische, toren.

De tuin in Engelse landschapsstijl kreeg haar huidige vorm aan het einde van de 19e en begin 20ste eeuw. Vanuit het huis zijn, met uitzondering van de westelijke, in drie windrichtingen zichtassen aangelegd.

Rhijnestein vormt met Walenburg, Sandenburg, Lunenburg, Hindersteyn, Weerdestein, Sterkenburg en de Natewisch, mogelijk een soort middeleeuws verdedigingssysteem aan de noordzijde van de Rijn. Rhijnestein is het meest westelijk gelegen, aan de Kromme Rijn. De andere (uitgebouwde) woontorens, behalve de Natewisch die in de uiterwaard aan de Rijn ligt, bevinden zich langs de Langbroekerwetering op destijds voor ontginning uitgegeven langgerekte percelen.

Adres: Rhijnestein 2, 3945 BD Cothen

Kasteel Rhijnestein in Cothen2018-07-09T08:51:49+02:00

Huis Oudegein in Nieuwegein

Huis Oudegein in Nieuwegein.

Huis Oudegein is een kasteel en landgoed in Oudegein, een wijk van Nieuwegein. Het kasteel of landhuis Oudegein is gelegen in het noorden van Oudegein, dat met het aangrenzende gebied ten noorden hiervan tot 1971 onderdeel was van de gemeente Jutphaas.

Het huis en landgoed grenst aan Park Oudegein. Het huis is niet vrij toegankelijk. Het hoofdgebouw en enkele andere elementen (waaronder de brug en het hek naar het voorplein) hebben de status van rijksmonument. In 2015 is landgoed Oudegein opengesteld als vergaderlocatie.

Adres: Oudegein 1 3432 NC Nieuwegein

Huis Oudegein in Nieuwegein2018-07-09T08:55:19+02:00

Kasteel Montfoort in Montfoort

Kasteel Montfoort in Montfoort.

Kasteel Montfoort in het Utrechtse Montfoort, werd in 1163 door bisschop Godefried van Rhenen gebouwd ter verdediging van het Sticht tegen het graafschap Holland. Alleen een deel van de voorburcht staat er nog.

Het kasteel is in het rampjaar 1672 door binnengevallen Fransen troepen van Lodewijk XIV opgeblazen en niet meer opgebouwd. Wat overgebleven is, is de fraaie toegangspoort met twee zware ronde torens. Deze geeft toegang tot het binnenplein van de ommuurde voorburcht. Het eigenlijke kasteelterrein bevindt zich onder de provinciale weg.

In 1163 begon haar geschiedenis als burcht van de bisschop van het Sticht. Het kasteel werd in zijn naam bewoond door een burggraaf, die als familienaam sinds die tijd Van Montfoort droeg. Het was een erfelijke functie die, na het uitsterven in 1260, overging via het huwelijk van Alix van Montfoort naar haar man ridder Boudewijn van Renderode.

Hun enige dochter Alix huwde met Roelant de Roover, die in 1270 ook de hoge heerlijkheid van Montfoort erbij kocht van de bisschop. Vanaf dat moment noemde dit geslacht zich eveneens burggraaf en Van Montfoort, maar de burggraven gingen ook behoren tot de tegenstanders van de bisschoppen.

Kort voor 1300 hielp Zweder van Montfoort de stad Utrecht de bisschop gevangen te nemen. In 1301 vochten de van Montfoorts tegen zijn opvolger in de slag bij Hogewoert waar de bisschop sneuvelde.

In 1353 kreeg Zweder II van Montfoort het weer aan de stok met een bisschop, die vervolgens zijn kasteel innam en hem dwong de hoge heerlijkheid terug te geven. Bij een opvolgingstwist van de bisschop steunden de van Montfoorts de juiste partij, waardoor ze in 1430 de hoge heerlijkheid weer terugkregen. Keizer Karel V kocht uiteindelijk het bezit in 1545 van de laatste van Montfoort, een zekere Jan de Roover, die in 1580 stierf. Montfoort komt in bezit van de familie De Merode. Ferdinand Philips van Merode verkocht Montfoort in 1648 aan de Staten van Utrecht.

Na de verwoesting door Franse troepen op 6 en 7 november 1672, gaven de Staten in 1688 het kasteelterrein, met de restanten van het kasteel (voorburcht en toegangspoort) voor lange tijd in bruikleen aan de stad Montfoort. De stad verpachtte het geheel aan haar burgemeesters. In 1833 werd in het kasteel een kostschool gevestigd. In 1859 werd de Dienst der Domeinen eigenaar van het terrein en kwam er een gevangenis voor meisjes onder de zestien. Ook kwam er een opvoedingsgesticht voor meisjes die lichte delicten hadden begaan; de splitsing in een Tuchtschool (als opvolger van de gevangenis) en een Rijksopvoedingsgesticht werd echter pas rond de eeuwwisseling verder doorgevoerd. De Tuchtschool werd opgeheven in 1968, waarna de gemeente Montfoort in 1974 het terrein overnam van de Dienst der Domeinen. Na restauratie van de overblijfselen (1984) en afbraak van de modernere bebouwing, bouwde de gemeente een nieuw stadskantoor op het vrijgemaakte kasteelterrein (geopend in 1990, een jaar na de gemeentelijke herindeling die het oude stadhuis te klein maakte) terwijl in het oude poortgebouw sinds 2008 een restaurant annex zalencentrum is.

Adres: Kasteelplein 1 3417 JG Montfoort

Kasteel Montfoort in Montfoort2018-07-09T08:56:21+02:00

Kasteel Lunenburg in Langbroek.

Kasteel Lunenburg in Langbroek.

Kasteel Lunenburg is een Nederlands kasteel in Langbroek (gemeente Wijk bij Duurstede). Lunenburg is een woontoren aan de zuidkant van de Langbroekerwetering.

De eerste vermelding dateert uit 1339 als een zekere Arnold van Zijl zich “van Lunenburg” noemt.

De status van de familie van Zijl ging in de 15e eeuw achteruit. In 1402 werd de toren door de domproost aan Gijsbrecht van Lockhorst in leen gegeven.

“Item Ghijsbrecht van Lochorst hout van den domproest een toerne te Lunenborch met enen merghen lants daer die toern opstaet inder manieren als die brieve inhouden die daer op sijn”

Twintig jaar later, in 1422, werd Gijsbrecht de Ridder beleend met het goed. Een nazaat van hem, Willem de Ridder, moest echter wegens schulden de toren verkopen.

In 1772 werd Lunenburg in de Tegenwoordige Staat omschreven als “bestaande insgelijks in een zwaaren Tooren, met twee windijzers voorzien. Daar is egter, ook een bekwaam Heerenhuis, waar van men, met een houten brug, naar den ouden Tooren gaat, die rondom met eene ruime graft omvangen is.”

Na diverse keren van eigenaar te zijn gewisseld kwam het goed in handen van de familie Van Lynden. Rond het einde van de 18e eeuw liet de familie Van Lynden de gracht dempen, de bebouwing van het voorplein afbraken en de toren uitbouwden tot een gepleisterd classicistisch landhuis.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis, dat nog nooit een belegering had doorstaan, in september 1944 door een bombardement van de geallieerden zwaar beschadigd; waarschijnlijk omdat er Duitse legervoertuigen onder de bomen stonden geparkeerd. Een deel van de 19e-eeuwse aanbouw werd getroffen en in de toren ontstond een zware scheur.

Al vlak na de oorlog werden er een aantal restauratieplannen gemaakt, allen uitgaande van gedeeltelijk of geheel herstel van het classicistische huis.

Door gebrek aan financiële middelen haalden deze plannen het niet. Toen de eigenaar E.R. van Eibergen Santhagens in 1958 overleed was het landhuis onbewoonbaar. Hij liet het landgoed na aan zijn secretaris. Met de aanvraag van een sloopvergunning leek het einde van het kasteel nabij.

In 1968 kwam de toren in handen van de K.F. Hein Stichting welke fondsen verstrekte voor herstel.

Bij de restauratie in 1968-’70, onder leiding van architect E.A. Canneman, kreeg de toren zijn middeleeuwse gedaante terug. Aan de hand van 18de-eeuwse tekeningen en prenten reconstrueerde men ook de slotgracht en de houten brug die van de voorburcht naar de hoofdverdieping van de toren leidt.

De 17de-eeuwse woning met stal op de voorburcht werd ook gereconstrueerd. De uit 1865 daterende brug, het monumentale toegangshek en het gepleisterde koetshuis bleven gehandhaafd.

Het kasteel is niet toegankelijk. Af en toe worden er open tuindagen georganiseerd en is de tuin toegankelijk voor het publiek.

Adres: Langbroekerdijk A99, 3947 BC Langbroek

Kasteel Lunenburg in Langbroek.2018-07-09T08:57:14+02:00

Kasteel IJsselstein in IJsselstein

Kasteel IJsselstein in IJsselstein.

Het Kasteel IJsselstein ligt in het centrum van de gelijknamige plaats IJsselstein (in de provincie Utrecht). Kasteel IJsselstein werd reeds in 1144 genoemd. Het kasteel werd, met goedkeuring van Jacoba van Beieren, in 1418 gesloopt om in 1427 opnieuw te worden opgebouwd.

De bekendste bewoners van het kasteel stamden uit het geslacht Van Amstel. Zij stichtten vanuit het kasteel omstreeks 1300 de plaats IJsselstein en noemden zich sindsdien Van IJsselstein. Gijsbrecht van IJsselstein kreeg toestemming van de bisschop van Utrecht om in IJsselstein een parochiekerk te bouwen. Deze Sint-Nicolaaskerk werd in 1310 ingewijd. Onder Gijsbrecht groeide IJsselstein uit van een kasteel met wat boerderijen tot een stad.

In 1297 is het kasteel een jaar lang belegerd geweest en verdedigd door Bertha van Heukelom, de vrouw van Gijsbert van IJsselstein.

Na 1511 verloor het kasteel zijn functie en werd het na gestaag verval vanaf 1700 in 1887 gesloopt. De hoofdtoren (de Looierstoren) is bewaard gebleven. Deze is eigendom van de Nationale Monumentenorganisatie.

Adres: Kronenburgplantsoen 9, 3401 BM IJsselstein

Kasteel IJsselstein in IJsselstein2018-07-09T08:58:16+02:00

Kasteel Hindersteyn in Langbroek

Kasteel Hindersteyn in Langbroek.

Hindersteyn is een kasteel en ridderhofstad in de Nederlandse provincie Utrecht in het Overkwartier bij Langbroek.

Het huis, dat een leen was van het Sticht Utrecht, is omstreeks 1300 door Hinder van Wulven uit het geslacht der van Wulven gesticht.

In 1841 kocht Philip Julius baron van Zuylen van Nyevelt (1785-1864), lid van het geslacht Van Zuylen van Nyevelt het huis; zijn echtgenote overleed erop in 1859. Hij liet het na aan een verre verwant: Philip Julius Henry graaf van Zuylen van Nyevelt (1853-1913) die het in 1881 van de hand deed.[1] In de 20e eeuw kwam het in handen van mr. Karel Lodewijk Cornelis Maria Ignatius baron de Wijkerslooth de Weerdesteijn (1901-1975), lid van het geslacht De Wijkerslooth; zijn vier kinderen werden op het huis geboren.

In 1972 kocht Hendrik Jan Engelbert van Beuningen, kleinzoon van Hendrik Adriaan van Beuningen, het landgoed en voegde het bij het reeds sinds 1962 in zijn bezit zijnde ernaast gelegen Rhodesteyn.

Het kasteel en bijgebouwen en vijf hectare grond werd in 1972 gekocht door Antonius Franciscus Geytenbeek. Hij maakte in 1976 een begin met het herstel van de woontoren. De rest van het huis werd van 1980 tot 1989 hersteld tot de toestand van 1865. Sindsdien wordt het kasteel bewoond door de familie Geytenbeek.

De tuinaanleg is hersteld en een moestuin met drie historische kassen, een doolhof en labyrint zijn toegevoegd aan het bestaande ensemble.

In de tuin bevindt zich een laat-20e-eeuwse slangenmuur.

Met enige regelmaat worden de tuinen ook opgesteld voor publiek.

Kasteel Hindersteyn in Langbroek2018-07-09T09:09:38+02:00

Kasteel Heemstede in Houten

Kasteel Heemstede in Houten.

Kasteel Heemstede is een kasteelachtige buitenplaats in de gemeente Houten, bij de gelijknamige woonplaats Heemstede.

Het huis werd in 1645 gebouwd in Hollands-classicistische stijl, als opvolger van de ridderhofstad Heemstede dat 500 meter westelijker lag. Opdrachtgever was Hendrick de Pieck van Wolfsweerd. Het huis wordt gekenmerkt door een symmetrische stijl. Op alle vier de hoeken staan half in het gebouw opgenomen hoekige torens. Er is een brede slotgracht om het huis. Doordat in de 17e eeuw de kastelen niet meer dienden als verdedigbare vesting, werd er bij de bouw van het nieuwe huis Heemstede gelet op luxe en prettig wonen.

In 1680 werd in opdracht van de nieuwe eigenaar Diederik (Theodorus) van Veldhuyzen, een ambtenaar en schepen van Utrecht en lid van de Staten van Utrecht de tuinen aangepast naar modernere inzichten.

Ook kocht hij in de periode 1685-1690 nieuw land aan rond het kasteel. Hierdoor ontstond een tuin met een breedte van 300 meter en een lengte van 2000 meter. Het was een uitgestrekt park met sierlijke wandeldreven, barokke tuinen, die overdadig versierd waren met keurig geschoren hagen, siergewassen, fonteinen en volières. Aan beide kanten van het kasteel was een oprijlaan. De noordoostelijke was zelfs 1800 meter lang en is, hoewel tegenwoordig doorsneden door de A27, nog grotendeels herkenbaar. Het huis werd een lustoord bij uitstek en een van de meest bezochte buitenplaatsen in Utrecht.

Het voor die tijd al wat ouderwetse huis renoveerde hij. Zo bracht hij schuiframen aan, een noviteit. Daniël Stoopendaal en Isaac de Moucheron maakten mooie gravures waarin de pracht en praal en aanleg van deze toentertijd beroemde tuinen, o.a. een vogelvlucht, in een ideaal beeld zijn te zien. De tuinen stonden in internationale belangstelling.

Tussen 1716 en 1723 wisselde Heemstede een paar keer van eigenaar en werden de tuinen geruimd. Een nieuwe eigenaar herstelde in 1723 de tuinen. Rond 1800 raakten de tuinen opnieuw in verval. De meeste bomen werden omgehakt.

De beelden en het lood van de fonteinen werden verkocht. In 1781 werd het kasteel gekocht door een lid van de familie Van Utenhove; diens zoon Jacob Maurits Carel van Utenhove van Heemstede (1773-1836) werd in 1785 eigenaar van Heemstede en na zijn overlijden ging het over naar zijn weduwe, jkvr. Justine Jeannette Gertrude Rutgers van Rozenburg, vrouwe van Heemstede 1836- (1798-1880). In 1919 werd het huis gekocht door L.J. Heijmeijer (1861-1932), lid van de familie Heijmeijer, en gerestaureerd.

In 1910 werd bekend dat jarenlang op zolder van dit gebouw een koffer lag met documenten van de WIC en de VOC. Een van de documenten bevatte de stichtingsakte van de stad New York.

Door deze documenten ontstond er meer duidelijkheid over het ontstaan van de New York.

Kasteel Heemstede na de brand (1987)

Op 10 januari 1987 brandde het kasteel vrijwel volledig uit. Het gebouw was erg brandbaar met stro in de plafond en linnen doeken aan de wanden. Het kasteel werd na een paar uur opgegeven. De toren op het dak werd door een kraan omver geduwd. Door de vorst in combinatie met het bluswater was het gebouw in een ijspaleis veranderd. De oorzaak van de brand is nooit officieel vastgesteld.

Wat ervan over was werd jarenlang ernstig verwaarloosd. Het duurde tot 1999 voordat het kasteel grondig gerestaureerd werd. Dit gebeurde in opdracht van het toenmalige WCN, later Phanos, met medewerking van het Nationaal Restauratiefonds. In 2002 was de restauratie voltooid en tot het faillissement in 2012 was Phanos er gevestigd. In de kelder van het kasteel bevindt zich sinds de herbouw Restaurant Kasteel Heemstede dat in 2003 een Michelinster ontving.

In 2016 werd een vastgoedondernemer uit Zeist eigenaar van het gebouw dat sinds 2017 voor het grootste deel is verhuurd aan de ‘European Foundation for Business Qualification’. Deze ondernemersclub heeft er een sociëteit in gevestigd voor algemeen directeuren van aangesloten bedrijven.

Adres: Heemsteedseweg 20 Houten

Kasteel Heemstede

 

Kasteel Heemstede in Houten2018-07-09T08:29:55+02:00

Kasteel Duurstede in Wijk bij Duurstede

Kasteel Duurstede in Wijk bij Duurstede.

De 13e-eeuwse donjon van Zweder van Abcoude

Kasteel Duurstede is een middeleeuws kasteel in de stad Wijk bij Duurstede

De geschiedenis van het kasteel gaat terug tot de vroege 13e eeuw toen de graaf van Bentheim een versterkt huis, gelegen nabij de plek waar vroeger Dorestad lag, in leen gaf aan het geslacht van Abcoude. In 1270 bouwde Zweder I van Abcoude een zware bakstenen woontoren (die er nu ook nog staat).

Het huis bleef tot 1449 in het bezit van het geslacht van Abcoude, toen werd het onder dwang verkocht aan de bisschop van Utrecht en kwam uiteindelijk in het bezit van het Sticht.

Bisschop David van Bourgondië, die het kasteel tussen 1459 en 1496 in bezit had, liet het kasteel grondig verbouwen. Hierbij werd de oude donjon volledig ingesloten door nieuwbouw. Tijdens deze verbouwing werd ook de nu nog intacte Bourgondische toren gebouwd. De opvolgers van David, Frederik IV van Baden en Filips van Bourgondië, gebruikten het kasteel ook als hun residentie.

De laatste grote uitbreiding van het kasteel vond plaats in 1577. Toen werd er een aarden, gebastionneerde omwalling om het kasteel opgeworpen.

Hoewel kasteel Duurstede in 1640 nog in goede staat verkeerde, verviel het ergens in de tweede helft van de 17e eeuw compleet tot een ruïne. Op een prent uit 1700 blijkt dat er al niet veel meer over was van het eens zo trotse gebouw. Deze teloorgang was het gevolg van bezuinigingen en verwaarlozing van de kant van het Sticht, en door vernielingen door Franse troepen tijdens het rampjaar 1672.

Een algemeen misverstand berust op de aanname dat de Franse troepen Kasteel Duurstede vernield zouden hebben. Het Kasteel, dat geen directe bedreiging vormde, is ongemoeid gelaten door de Franse troepen. Als gevolg van de zware vernielingen van Wijk bij Duurstede zijn de stenen van het toentertijd vervallen Kasteel Duurstede hergebruikt voor de wederopbouw van de stad.

De Donjon

De oude donjon van Zweder van Abcoude heeft door zijn uiterst robuuste constructie de tand des tijds redelijk goed doorstaan, en is nu nog een uitstekend voorbeeld van een middeleeuwse woontoren. De muren zijn twee en een halve meter dik; de oorspronkelijke ingang lag op de tweede verdieping en was bereikbaar via een houten trap die in tijden van nood gesloopt of afgebrand kon worden.

De 15e-eeuwse Bourgondische toren

Een van de hoektorens van het oude kasteel werd tijdens de 15e eeuw uitgebouwd tot de nu nog steeds bestaande Bourgondische toren. Waar de rest van het kasteel aan het einde van de Middeleeuwen meer weg had van een luxe slot, was de Bourgondische toren overduidelijk een bouwwerk met een militaire functie.

De Bourgondische toren bevat een zeldzaam soort mezekouw. Met zijn hoogte van meer dan veertig meter en zeer dikke muren is de toren vandaag de dag nog zeer imposant.

Overige bouwdelen

Aan het begin van de 20e eeuw zijn de overige resten van het gebouw geconsolideerd en opgemetseld tot een kleine hoogte boven het maaiveld, zodat nu ook nog een idee te vormen is over hoe omvangrijk het kasteel vroeger was. Naast de vroegere toegangspoort is er nog wat hoger oprijzend muurwerk te vinden, behorend tot de buitenmuur, en een hoektoren.

Omwalling

De gebastionneerde omwalling is nog aanwezig en is in de 19e eeuw omgevormd tot een park.

Adres: Langs de Wal 6, 3961 AB Wijk bij Duurstede

Kasteel Duurstede in Wijk bij Duurstede2018-07-09T09:10:58+02:00

Kasteel Beverweerd in Werkhoven

Kasteel Beverweerd in Werkhoven.

Beverweerd is een van oorsprong 13e-eeuws kasteel, en voormalige ridderhofstad, dat zich op een eilandje langs de Kromme Rijn bij het dorp Werkhoven. Het kasteel Beverweerd is omgeven door aangelegde tuinen, waarbij de Kromme Rijn zelf een belangrijke landschappelijke rol speelt. Het kasteel stond lang leeg en was niet toegankelijk voor publiek. Sinds 2006 woont en werkt schilder en kunstvervalser Geert Jan Jansen op Kasteel Beverweerd.

In de omliggende tuinen kan gewandeld worden, wat een goed uitzicht op het kasteel en de Kromme Rijn biedt.

Geschiedenis

De oudst bekende bewoner van Beverweerd is ridder Zweder van Zuylen.

Op 27 oktober 1536 werd ‘Klein Zuilenburg’ als riddermatig goed erkend door de Staten van Utrecht. In 1563 erfde Filips Willem, de oudste zoon van Willem van Oranje, Beverweert; na zijn dood kwam het kasteel in 1620 in handen van zijn halfbroer Maurits, waarna het ruim 150 jaar in handen van de familie Nassau bleef, die overigens voornamelijk in ‘s Gravenhage woonde. In 1782 kwam Beverweert door het huwelijk van Henriette Jeanne Suzanna Marie van Nassau-LaLecq met baron Evert Frederik van Heeckeren (1755-1831) heer van Enghuizen en Beurse als erfenis in handen van Hendrik Jacob Carel Johan van Heeckeren van Enghuizen. Het bleef tot 1938 in de familie van Heeckeren, namelijk van Marguerite Christine gravin van Rechteren Limpurg-barones van Heeckeren, vrouwe van Enghuizen, Beverweerd en Odijk (1878-1938), waarna het overging op haar dochter Lutgardis.

In 1958 werd het kasteel door Lutgardis gravin van Rechteren Limpurg, vrouwe van Beverweerd en Odijk (1908-1989), echtgenoot van Constantin Friedrich graf von Castell-Castell (1898-1967), verkocht aan de stichting voor Quakerscholen in Nederland en werd het kasteel verbouwd om het geschikt te maken voor de vestiging van de ‘Internationale Quaker School Beverweerd’. in 1971 is de naam veranderd in ‘Internationale School Beverweerd’. Deze school heeft bestaan tot 1997.

Het gebouw heeft een tiental jaren leeg gestaan, tot de Stichting Philadelphia Vegetarisch Centrum uit Oosterbeek het op 17 mei 2005 kocht. De overdracht vond in september 2005 plaats. Op het terrein zouden zorgvoorzieningen en appartementen worden gerealiseerd voor oudere vegetariërs, de doelgroep van Philadelphia Vegetarisch Centrum. In afwachting van realisering van de plannen wordt het kasteel bewoond door Geert Jan Jansen. Anno 2009 werden de werkzaamheden wegens geldgebrek gestopt.

Het oudste gedeelte van het kasteel (de rechthoekige woontoren) stamt uit de 13e eeuw. Vrij snel hierna zijn de zuidelijke en westelijke hoektorens aangebouwd. In de eerste helft van de 14e eeuw werd tegen de westtoren een vierkant gebouw neergezet, dat in de 16e eeuw werd verlengd tot voorbij de woontoren.

Het gebouw werd in de loop van de tijd enkele keren verhoogd, waarna in de 17e eeuw de oude binnenplaats werd dichtgebouwd met een langwerpige vleugel tussen de beide hoektorens. In de negentiende eeuw werd het kasteel gemoderniseerd in neogotische stijl door de Utrechtse architect Christiaan Kramm. Hierbij werd het een regelmatig gevormd landhuis en werden kantelen toegevoegd. In 1934 werd het kasteel grotendeels van de pleisterlaag ontdaan. Rond 2010 is opnieuw een pleisterlaag aangebracht.

Heerlijkheid

Philips Willem van Oranje (1554-1618) erfde van haar overgrootmoeder Maria Bouchet de heerlijkheid Beverweerd. Philips Willem overleed kinderloos en zijn halfbroer Maurits erfde in 1618 de heerlijkheid van hem. Na de dood van Maurits in 1625 erfde één van zijn bastaardzoons Lodewijk van Nassau-Beverweerd de heerlijkheid. Deze familietak wordt de Nassau-Beverweerd-tak genoemd, later Nassau-Lalecq. De heerlijkheid Beverweerd bleef in deze familie tot eind 18e eeuw.

Adres: Beverweerdseweg 60 3985 RE Werkhoven

Kasteel Beverweerd in Werkhoven2018-07-09T09:13:53+02:00

Kasteel Nieuw-Amelisweerd in Bunnik

Kasteel Nieuw-Amelisweerd in Bunnik.

Nieuw-Amelisweerd, vroeger Groenewoude (of Groenwolde), is een kasteel en ridderhofstad bij Bunnik. Nieuw Amelisweerd is gelegen in het huidige landgoed Amelisweerd.

In 1224 kreeg ridder Amelius uten Werde een waard in leen van het kapittel van Oudmunster en bouwde er een ridderhofstad. De naam Amelisweerd is een verbastering van Amelius’ waard of Amelis-waard. Bij het overlijden van Amelius werd het landgoed door zijn zonen in drie delen opgesplitst. Twee delen vormen het huidige Oud-Amelisweerd, het derde deel het huidige Nieuw-Amelisweerd.

In het jaar 1350 volgt een eerste vermelding als ridderhofstad Groenewoude. Omstreeks 1389 wordt een Ernst van Groenewoude genoemd die dit gedeelte van de heerlijkheid met het daarop staande versterkte huis had geërfd.[1]

Door vererving kwam het huis in het bezit van de familie van Leeuwenberg, onder wier bezit het goed in 1538 door de Staten van Utrecht als ridderhofstad werd bevestigd.[1]

Tijdens het Rampjaar 1672 wordt het huis zwaar beschadigd.

Na meermalen van eigenaar te zijn veranderd komt het goed in 1682 in het bezit van Hendrik van Utenhove, die het middeleeuwse huis liet afbreken en het huidige landhuis bouwde.

In 1808 verkocht Maximiliaan Louis van Utenhove het goed aan Lodewijk Napoleon, tevens eigenaar van Oud-Amelisweerd. Lodewijk Napoleon wilde van Oud-Amelisweerd zijn residentie maken en op Nieuw-Amelisweerd zijn officieren huisvesten. Van dit alles kwam niet veel terecht en in 1810 verkocht hij het huis aan Jan Pieter van Wickevoort Crommelin, staatsraad en kanselier van het koninkrijk Holland. In 1811 verkocht deze het aan Paulus Wilhelmus Bosch van Drakesteyn, burgemeester van Utrecht. Diens erfgenamen verkochten het in 1964 aan de gemeente Utrecht.[2]

Een groep krakers kraakte het landhuis Nieuw-Amelisweerd in 1971. In 1984 werd het huis op initiatief van de oorspronkelijke krakers gerestaureerd door architect dr. ir. E.J. Hoogenberk. Het huis wordt tegenwoordig nog bewoond en telt 17 appartementen.

Adres: Koningslaan 1, 3981 HD Bunnik

Kasteel Nieuw-Amelisweerd in Bunnik2018-07-09T09:14:59+02:00