Gelderland

Kasteel Waardenburg in Waardenburg

Kasteel Waardenburg in Waardenburg.

De stichtingsdatum van kasteel Waardenburg is precies bekend: op 5 augustus 1265 gaf graaf Otto II van Gelre de dorpen Hiern, Neerijnen en Opijnen aan Rudolph de Cock, ridder, die daartegenover zijn bezittingen in Rhenoy afstond. Toen deze Rudolph het dorp Hiern (de oude naam van het dorp Waardenburg) in leen had gekregen, wilde hij zich daar ook vestigen. Hij vroeg dus aan de leenheer toestemming om een woning te bouwen. Graaf Otto gaf daarvoor toestemming, maar het bouwwerk mocht niet meer kosten dan 300 Leuvense Ponden.

Rudolphs gelijknamige zoon volgde hem op en bouwde de woning uit, evenals later diens zoon Johan. Uit het huwelijk van Gerard de Cock en Henrica van Culemborg kwam alleen de erfdochter Agnes, die de bezittingen via haar huwelijk (kort voor 1385) inbracht bij Willem van Broeckhuysen.

In 1415 overleed deze en kwam het bouwwerk aan de oudste van negen kinderen, namelijk Willem. Toen deze Willem al snel overleed, ging het naar diens broer Johan van Broeckhuysen (een grote en vette man volgens de Waardenburgse kroniek), die trouwde met Adriana van Brakel. Hun zoon Gerard van Broeckhuysen trouwde in 1434 met Walraven uit het huis Brederode. Hun zoon Johan kreeg op circa tienjarige leeftijd de beschikking over onder andere Waardenburg en overleed in 1468. In 1470 volgde zijn enige en minderjarige zoon Gerard hem op. Zijn zus Walraven volgde hem in 1494 op en trouwde met Otto van Arkel, waardoor het bouwwerk in deze familie kwam.

Waardenburg rond 1600

In 1574 werd het kasteel verwoest door Lodewijk, graaf van Nassau, broer van prins Willem I. De toenmalige bewoonster, Catharina van Gelre, bastaarddochter van Karel van Gelre[1], weduwe van Walraven van Arkel, was Spaansgezind en weigerde zich over te geven. De schade was aanzienlijk en het slot is deze slag nooit te boven gekomen.

Haar kleinzoon, Thomas van Thiennes, verkocht het in 1618 aan Johan Vijgh. In 1700 werd het gekocht door de Friese adellijke familie Van Aylva. In 1800 huwde Anna Jacoba Wilhelmina van Aylva met Frederik baron van Pallandt. De familie van Pallandt had het slot tot het overlijden van Julie Eliza barones van Pallandt (1898-1971) in bezit. Waardenburg vererfde in 1971 aan haar achterneef jhr. C.L.H. Vredenburch (1932), die het in 1975 in erfpacht overdroeg aan Het Geldersch Landschap/Vrienden der Geldersche Kasteelen.

De eerste burcht was waarschijnlijk van hout. De zoon van de stichter Rudolph de Cock bouwde in 1283 “den sael ende ronde toern”. In 1355 bouwde de vierde heer (Johan de Cock), een grote vierkante toren van vier verdiepingen met dak, weergang en arkeltorentjes in het oosteinde met de ringmuur en de voorburcht. Deze donjon bestaat nog steeds, maar is nu een verdieping lager en heeft een lessenaarsdak. Hij liet ook een ringmuur bouwen en een slotgracht aanleggen, die het kasteel met voorburcht omringde. Hiermee werd het een grote ronde burcht.

Na de verwoesting in 1574 is de ruïne in 1627 weer bewoonbaar gemaakt.

In 1895 restaureerde de eigenaar het, en voegde aan de oostzijde een torentje toe. Het kasteel liep in de Tweede Wereldoorlog schade op tijdens de bombardementen van de nabijgelegen Bommelse Brug en werd in 1957 onbewoonbaar verklaard. A.F. van Goelst Meyer (1892-1990) heeft vervolgens voor grootschalige restauratie gezorgd. Het gebouw heeft momenteel ongeveer de helft van zijn oorspronkelijke omvang, waarbij vooral oude delen bewaard zijn gebleven.

Adres: Waalbandijk 13, 4181 AN Waardenburg

Kasteel Waardenburg in Waardenburg2018-11-29T08:44:43+01:00

Kasteel Soelen in Zoelen

Kasteel Soelen in Zoelen.

Kasteel Soelen in Zoelen is het hoofdgebouw van het rijksbeschermde historische buitenplaatscomplex ‘Soelen’, in de gemeente Buren, zuidwestelijk gelegen van het dorp Zoelen, in de Neder-Betuwe, in de Nederlandse provincie Gelderland.

Het dorp dankt zijn naam aan het riviertje de Suul of Soel, een afsplitsing van de Linge.

De vroegste vermelding van de naam Van Soelen stamt uit de periode tussen 1207 en 1307 als een Wouter van Soelen genoemd wordt als borg en als getuige. In 1263 is een vermelding bekend uit de stadsrechtenverlening van Wageningen, waarop een Otto van Soelen als ministeriaal voorkomt. Hij wordt meerdere malen genoemd als getuige. Deze Otto liet na zijn overlijden een minderjarige dochter na. Daardoor werd in 1298 Arend (of Arnt) van Arkel door Reinoud I van Gelre met het kasteel Soelen beleend. Mogelijk was Arnt of zijn zoon Jan gehuwd met Otto’s dochter. In 1349 stond de gelijknamige kleinzoon nog als heer van Soelen en Avezaath bekend.

De belening betreft het oude huis Soelen, dat later heerlijkheid ‘Den Aldenhaag’ genoemd werd, en dat in 1362 gesloopt is. De naam Aldenhaag komt in bronnen voor het eerst voor in 1518.

Het oude huis Soelen werd in 1355 vernield door hertog Eduard van Gelre. Er ontstond een conflict met Gelre nadat Arnold van Soelen het kasteel herbouwde, maar hij moest zich op 13 april 1362 onderwerpen aan het gezag van hertog Eduard.

Het huidige huis ligt op het zuidelijke grondgebied van het oude huis Soelen (Aldehagen of Aldenhaag), ruim 500 meter verwijderd van het oude huis.

Het wordt voor het eerst genoemd in 1306 als Walraven van Benthem zich ‘heer van Soelen’ noemt waarbij het gaat om de hofstede Soelen die gescheiden is van het oude huis Soelen. De strijd ging erom wie zich heer van Soelen mocht noemen, Jan van Arkel die ‘Soele over de Sole’ (het latere Aldehagen) bezat of Walraven die een stuk grond met de hofstede ten zuiden van het oude huis bezat. Beslist werd dat de heerlijkheid aan Van Arkel van Aldehagen bleef.

Omgeving

Aan het einde van de vijftiende eeuw stonden bij het door singels en grachten omgeven kasteel een duifhuis, een molen en een boerderij, en was het verder omgeven door boomgaarden en landerijen, met daaromheen akkers en weilanden. In de zeventiende eeuw is de boerderij op de voorburcht door Arent Vijgh († 1666) verbouwd tot koetshuis en voorzien van een duiventoren.

In 1884 beschreef dominee Craandijk in zijn Wandelingen door Nederland Zoelen als een ‘vrolijk en lieflijk landschap, om in de zomertijd een uitspanningsplaats te zijn voor de bewoners der omliggende steden en dorpen’, een groot bos met daarin verborgen het kasteel Zoelen.[8]

Tuin- en parkaanleg

In de 17e eeuw werd rondom Soelen een park aangelegd in de Franse stijl. Deze tuin werd een eeuw later deels heringericht in de Engelse landschapsstijl.

De geheel eigen mengvorm van deze twee stijlen wordt wel de Soelense stijl genoemd.

Kasteel Soelen in Zoelen2018-07-09T09:17:05+01:00

Kasteel Neerijnen in Neerijnen

Kasteel Neerijnen in Neerijnen.

Kasteel Neerijnen is een kasteel en landgoed ten noorden van het dorp Neerijnen in de gelijknamige gemeente Neerijnen.

De oorsprong van dit kasteel ligt in de 14e eeuw. Gijsbert de Cocq van Neerijnen, een achterkleinzoon van Rudolf II de Cock, bouwde in het jaar 1350, op 1000 meter afstand van kasteel Waardenburg, het huis Klingelenburg.

Het huis van tegenwoordig is circa 1600, op de fundamenten van het oude huis Klingelenburg gebouwd. Het is ingrijpend verbouwd in de 18e eeuw en werd nog laat in de 19e eeuw met een aanbouw uitgebreid[1].

Beide kastelen hebben tot 1974 dezelfde bezitters gehad. In 1974 kwam het huis in bezit van stichting Het Geldersch Landschap. De stichting droeg het kasteel in langdurige erfpacht over aan de zusterinstelling, de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen in 1975.

Nadien werd het door de gemeente Neerijnen gekocht, en werd het na een restauratie als gemeentehuis in gebruik genomen.

Het landgoed is toegankelijk voor publiek; het kasteel Neerijnen is te bezichtigen tijdens de openstellingsuren van het gemeentehuis. Begin 2014 heeft de gemeenteraad het voorstel gedaan om het beheer van het kasteel over te doen richting de Stichting Het Geldersch Landschap / Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen.

Adres: Van Pallandtweg 11 4182 CA Neerijnen

Kasteel Neerijnen in Neerijnen2018-07-09T08:31:06+01:00

Kasteel Merckenburg in Heukelum

Kasteel Merckenburg in Heukelum.

Kasteel Merckenburg, ook wel Kasteel Heukelum genoemd, is een bakstenen kasteel in de plaats Heukelum in de gemeente Lingewaal. Kasteel Merckenburg dateert uit de 13e eeuw. Het kasteel is twee maal verwoest en weer opgebouwd. De eerste maal was in de veertiende eeuw, de tweede keer toen in 1672 de Fransen tijdens de Hollandse Oorlog het gebouw opbliezen.

Rond 1700 was het kasteel weer hersteld, aangebouwd aan de donjon die door de explosies niet vernietigd was.

Kasteel de Merckenburg is een vierkant gebouw, circa 1 km ten oosten van Heukelum, aan de Lingedijk, en ligt te midden van een brede gracht. Sinds 1986 (na de gemeentelijke herindeling) behoort het kasteel tot provincie Gelderland, daarvoor tot Zuid-Holland.

Heidenseweg 1 4161 AA Heukelum

Kasteel Merckenburg in Heukelum2018-07-09T09:18:19+01:00

Kasteel Goudenstein in Haaften

Kasteel Goudenstein is een kasteelruïne in Haaften, een knus dorp in de gemeente Neerijnen.

Vanaf de 13e eeuw is er sprake van het kasteel, haar bouwers en bewoners, het geslacht Van Haeften. In het rampjaar 1672 werd het kasteel door de Franse troepen van koning Lodewijk XIV verwoest, waarbij slechts een hoektoren gespaard bleef.

De toren is ca. 19 meter hoog en 3,5 meter doorsnede.

Halverwege zijn in het muurwerk sporen van kantelen zichtbaar. De weergang was oorspronkelijk op deze hoogte, de muur eronder heeft een dikte van 1,10 meter, terwijl daarboven de muur slechts 25 centimeter is. De muur werd vermoedelijk in de 16e eeuw verhoogd.

Het geslacht Dutry van Haeften, verwanten maar geen directe nakomelingen van de bouwers, hield de overgebleven toren in bezit tot 1975. De Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen verwierf de toren en heeft deze onder haar hoede genomen.

De toren staat in de achtertuin van twee woningen in de Dreef en is niet toegankelijk voor het publiek, maar kan bezichtigd worden vanaf de Dreef en ook, maar minder goed vanaf de Koningsstraat en de Goudensteinstraat die naar de ruïne vernoemd is.

Samen met de Protestantse kerk en korenmolen De Blauwe Reiger bepaalt Goudenstein de horizon van Haaften. Doordat Haaften in een uitstulping van de Waalbandijk ligt, zijn deze drie vanuit allerlei richtingen op verscheidene kilometers afstand te zien, bijvoorbeeld vanaf de dijken in Waardenburg en Herwijnen en vanaf de overkant van de Waal van Zaltbommel tot Nieuwaal en bij helder weer zelfs vanaf de dijk tussen Zuilichem en Brakel.

Adres: Dreef 7 Haaften

Kasteel Goudenstein in Haaften2018-07-09T09:19:12+01:00

Kasteel Brakel

Kasteel Brakel

Kasteel Brakel is een middeleeuwse kasteelruïne in het dorp Brakel (Brakel valt onder de gemeente Zaltbommel).

Het ligt ongeveer 300 meter ten zuidwesten van de Hervormde Kerk, in het vroeg-19e-eeuwse park van het huidige Huis Brakel dat dateert uit 1768. Bij de aanleg van het park is de ruïne bewust als landschappelijk element opgenomen.

De zichtbare resten zijn van het 15e-eeuwse kasteel, maar daaronder zijn resten van een mogelijk 14e-eeuwse burcht te vinden en volgens overlevering zou er al in 870 een versterkt huis gestaan hebben.

Dit kasteel is in het rampjaar 1672 door Franse troepen opgeblazen omdat de opgelegde brandschatting niet was voldaan.

Het Kasteel was een vierkante waterburcht, met een rechthoekig woongebouw aan de zuidkant en twee ronde hoektorens, die met drie weergangen een binnenplaats omsloten. In de noordmuur bevond zich de ingang. Naast deze ingang lag een donjon. In het noordelijk deel (waar de ingang was) bevond zich de voorburcht met een ommuurd plein en een poortgebouw aan de noordzijde, ook was er een ronde toren op de noordwesthoek. Van de ruïne zijn het woongebouw en de hoektorens nog zichtbaar. De grachten zijn deels aanwezig. Het kasteel zou in 1321 door blikseminslag verbrand zijn en na de wederopbouw in 1407 weer verwoest worden door troepen van graaf Willem VI van Holland. In het rampjaar 1672 werd het kasteel op 11 september door de Franse troepen opgeblazen. Het is niet meer herbouwd.

In 1260 en 1265 is ridder Eustachius van Brakel, getuige van de heer van Altena.

In 1321 werd het kasteel door Eustachius en zijn zoon Steesekin voor het eerst aan de graaf van Gelre in leen opgedragen.

Adriana van Brakel werd in 1439 met kasteel en heerlijkheid beleend; aangezien ze gehuwd was met Johan van Broeckhuysen van Ammerzoden heer van Waardenburg en Ammerzoden, kwam het in deze familie.

In 1583 kwam het door vererving aan het geslacht Van Aeswijn, in 1669 aan de familie Van Mathenesse en een jaar later al aan de familie Pieck. Deze verkocht het kasteel vervolgens aan dominee Wilhelmus.

Rond 1800 werd de familie Van Dam eigenaar, die sindsdien Van Dam van Brakel heet. Momenteel is de ruïne in handen van de stichting Het Geldersch Landschap en de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen.

Bedreigde ruïne

Rond 2010 wilden deze twee stichtingen onderhoud verrichten aan het metselwerk op de waterlijn. De gemeente Zaltbommel had evenwel bezwaar tegen het onder water aanbrengen van een betonnen werkvloertje om bij deze werkzaamheden het metselwerk op te kunnen vangen.

Inmiddels heeft overleg met de gemeente geleid tot overeenstemming over de manier van werken en is het metselwerk op de waterlijn geconsolideerd en hersteld.

Het Huis Brakel, waarvan het park is aangelegd om de ruïne heen, wordt gebruikt voor evenementen, als trouwlocatie van de gemeente Zaltbommel en als vergaderlocatie.

Adres: Dwarssteeg 2-4 Brakel

Kasteel Brakel2018-07-09T09:20:19+01:00